Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
Hoofdstuk 6 Geschiedenis Paragraaf 6.2 t/m 6.4 (Paragraaf 6.4 (Gewone volk…
Hoofdstuk 6 Geschiedenis Paragraaf 6.2 t/m 6.4
Paragraaf 6.4
Gewone volk neemt de revolutie over
Na de bestorming van de Bastille komt de Franse Revolutie pas echt op gang. Zelf de allerarmste komen in opstand. Lodewijk laat zijn leger terugkeren om de situatie nog te redden. De burgers voelen zich daardoor meer vrij. Op het platteland komen de boeren in opstand. De edelen met veel grond gaan dit tegen met hun soldaten. Om een bloedbad te voorkomen, stellen de burgers aan de koning om de voorrechten van de edelen en geestelijken toch niet toe te staan.
De burgers leggen dit vast in
De verklaring van de rechten van de Mens.
Daarmee willen ze meer gelijkheid. Alleen is de koning niet van plan om dit voorstel in te voeren Daarom komt de bevolking weer in opstand in Parijs. Ook trekt een woedende menigte vrouwen(vrouwen van Versailles) van Parijs naar Versailles en dwingen de koning naar Parijs te verhuizen. Dan geeft hij toe. Vanaf dat moment heeft de derde stand ook rechten en maakt deel uit van de Nationale vergadering.
Er wordt een
Grondwet
geschreven. Waarin in staat: - De macht van de koning is verkleind
De voordrachten en wetten worden gemaakt door de Nationale vergadering
Alleen de gelijkheid staat nog niet in de grondwet. Alleen de mensen die belasting betalen mogen meebeslissen.
De koning verliest alle. Hij probeert te vluchten, maar dat mislukt. Hij word gezien nu als een landverrader. Als Oostenrijk Frankrijk binnenvalt wordt zijn kroon afgenomen. Vanaf dat moment, september 1792, is Frankrijk een
republiek
. Lodewijk is vanaf dat moment ook een gewone burger geworden. Januari 1793 wordt hij veroordeeld wegens landverraad tot de dood. Samen met zijn vrouw wordt hij door een guillotine om het leven gebracht.
Burgers nemen het initiatief
De onvrede in Frankrijk leidt tot de
Franse Revolutie.
Lodewijk XVI is ten einde raad. De schatkist is leeg en de schulden zijn enorm. Hij probeert van de edelen en geestelijken belasting te heffen maar deze wijzen dat meteen af. Hij heeft maar 1 oplossing: vergaderen met de
Staten-Generaal.
Deze vergadering is al sinds 1614 niet meer bijeengeroepen omdat dit niet hoorde bij het absolutisme. Voordat de vergadering begint kan de derde stand klachten inbrengen. Deze houden zich niet in. Een koude winter en een zomer met misoogsten hebben de inkomsten verlaagd en de broodprijzen verhoogd.
In de staten generaal wordt niet per persoon gestemd maar per stand. De derde stand besluit apart te gaan vergaderen op de kaatsbaan. Ze noemen hun bijeenkomst de
Nationale vergadering
en beloven een grondwet op te stellen. Een met meer rechten en meer gelijkheid. Lodewijk moet maar toegeven. Wel ontslaat hij de minister van Financiën en stuurt hij extra legereenheden naar Parijs.
In Parijs is de onvrede nog meer gestegen door de hogere broodprijzen. De bevolking wil zich ook bewapenen tegen de extra legereenheden. Op 14 juli 1789 bestormd een menigte de koninklijke gevangenis Bastille in de hoop er wapens te vinden en onschuldige gevangenen te bevrijden. Ze treffen in de gevangenis 7 gevangenen en amper wapens aan. Toch is dit een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis. Het gewone volk laat hiermee zien dat het zich niks meer aantrekt van de koning. Daarom is 14 juli nog steeds een belangrijke feestdag en hét symbool geworden voor de Franse Revolutie.
Paragraaf 6.3
Vertrouwen in het gebruik van het verstand
Wetenschap kent een enorme groei in de 18e eeuw. Wetenschap wordt gestimuleerd door de koning zelf. Wetenschappers komen bij elkaar om hun ervaring uit te wisselen. Iedereen die ertoe doet hoor over de nieuwste technieken en nieuwe natuurwetten. Dit stimuleert de wetenschap enorm.
De wetenschap komt ermee om de samenleving, net als de natuur, wetenschappelijk in kaart te brengen. Zoals ze dat met de natuur hebben gedaan moet dat ook lukken met de samenleving denken ze. De wetenschap gelooft in staat te zijn het raadsel mens en zijn samenleving te kunnen doorgronden. Er worden steeds vaker conclusies getrokken op het verstand. Focus op het verstand en samenlevingsproblemen heet ook wel
Verlichting.
Wetenschappers gaan opzoek naar nieuw terrein om te onderzoeken. Door uitwisseling weten ze al veel van de wereld en de natuur om zich heen, maar de samenleving is een heel ander verhaal. De maatschappij in de 18e eeuw heeft nog veel problemen, zoals bijgeloof en onwetendheid. Wetenschappers durven wel al meer te vertrouwen op hun eigen
ratio
en zijn niet langer blind gehoorzaam aan kerk en koning.
Paragraaf 6.2
Koningen in de knel
Lodewijk XIV weet
absolute macht
te verwerven. Hij wordt na zijn dood opgevolgd door zijn kleinzoon die na zijn dood weer wordt opgevolgd door zijn kleinzoon. Allemaal denken ze dat de door het
droit divin
aan niemand, behalve god, verantwoording hoeven af te leggen.
Toch zijn ze niet zulke krachtige koningen. Ze kunnen geen oplossingen vinden voor langlopende problemen
De staatskas is leeg en de staatsschuld neemt toe
Het luxueuze hofleven in Versailles moet worden betaald
De verschillende oorlogen putten de staatskas uit
De belastingen vallen tegen
Bestuur en leger functioneren slecht
De koningen nemen vaak verkeerde beslissingen en hebben weinig belangstelling voor het regeerwerk
Edelen en geestelijken hebben in de rest van Frankrijk veel macht. De wetten worden hier niet doorgevoerd.
Er zijn te weinig goede ambtenaren
Het leger raakt verzwakt door te weinig investeringen
Standenmaatschappij
zorgt voor ongelijkheid en onvrede
Tweede stand: Adel
Derde stand: Boeren en stedelingen. Dit was het grootste deel van de bevolking. Deze mensen hadden weinig te zeggen en moesten veel belasting betalen. Ze wilden dat daar verandering in kwam.
Eerste stand: Geestelijken
Ongelijkheid tussen de standen
Niet alleen op het platteland worden mensen ontevreden ook in de steden neemt dit toe. De armoede wordt groter maar de arbeidsomstandigheden blijven slecht.
Ook de rijke burgers, de
bourgeoisie
behoren tot de derde stand. Deze laten wel van zich horen
Geen inspraak
De rijke mensen hadden, omdat zij tot de derde stand behoren geen enkele zeggenschap in het bestuur. Ze waren woedend, maar hun kritiek werd bestraft met boetes en opsluiting
Ongelijke rechtspraak
Boeren en burgers krijgen zwaardere straffen dan geestelijken en edelen.
Ongelijke belastingverdeling
Ze hebben dan wel geen inspraak in het bestuur, maar ze betalen wel een groot deel van de belasting. De eerste en tweede stand hebben wel bestuursinvloed maar betalen geen belasting.
Geen aandacht voor de handel
De regering heeft weinig belang voor de handel. Veel edelen hebben hun bestaan te danken aan de landbouw, deze hebben dus niet heel veel met handelaren.
De eerste en tweede stand in de standenmaatschappij betalen geen belasting. Terwijl de boeren en de mensen in de derde stand juist heel veel belasting betalen. De ontevredenheid steeg daardoor enorm.