Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
Een veilig leerklimaat (Relatie (Interactie tussen studenten. (Een student…
Een veilig leerklimaat
Autonomie
De eerste vijf stappen gebruiken bij orde bewaken.
'echte' keuze
Docent moet een warme en zorgzame relatie opbouwen met studenten.
Student ontwikkeld autonome motivatie en zal een slachtoffer van pesten sneller te hulp staan.
Competentie
Transparant maken leerproces.
Leerstof laten aansluiten.
Denkstappen student analyseren.
Leerstof laten uitleggen aan medestudent.
Hierdoor leert een student het meest.
Motiveren student.
Intrinsiek
Extrinsiek.
Betekenis geven aan leerstof
Docent enthousiast over vak.
De verwachtingen van een student.
Feedback geven.
Negatieve feedback volgens feedback regels.
Positieve feedback zoals complimenten.
Helpt bij de ontwikkeling van een student.
Relatie
Student voelt zich vrij om alle vragen te kunnen stellen.
Open en hogeorde vragen stellen.
Student wordt meer gemotiveerd.
Belangrijk voor een goed leerklimaat.
Regelmatige interactie tussen student en docent.
Positief ondersteund voelen.
Verwachtingen van student duidelijk maken.
Programma op het bord noteren.
Positief verwachtingspatroon.
Geen slecht persoon maar slecht gedrag.
Docent 1 vraag tegelijk stellen.
Positieve of negatieve associatie met klas.
Docent stelt zelf groepen samen.
Interactie tussen studenten.
Een student wil erbij horen.
Leren is een sociaal proces.
Stof in eigen woorden laten uitleggen.
Vertrouwen in de docent.
Als student betrokken worden bij de les.
'Werken met'- leerklimaat.
Individuele aanspreekbaarheid.
Studenten elkaar laten uitleggen.
Antwoord op laten schrijven en bespreken met elkaar.
Kriskras door de klas om antwoord vragen.
Veiligheid.
Bij het stellen van vragen.
Docent geeft zelf niet het goede antwoord bij fout antwoord student
Vraag opnieuw formuleren wanneer student het antwoord niet weet.
3 seconden wachttijd bij vraag.
Docent stelt 1 vraag tegelijk.
Wanneer student geen antwoord geeft op de vraag, gedrag benoemen.
Warme en zorgzame relatie docent en student.
Autonome motivatie.
Student helpt een slachtoffer van pesten.
Docent is authentiek.
Meer zelfrespect en meer respect kunnen tonen aan student.
Minder snel handelen uit angst.
Intuïtie, open en aanwezig zijn.
Negatieve associatie met klas
Directe opeenvolgende patronen.
Interactie snel.
Meer richtlijnen.
Positieve associatie met klas.
Meer uitgebreide en verkennende interactie.