Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
Geschiedenis Tijdvak 4 t/m 10 (Middeleeuwen - 18e eeuw (Karel V en Fillips…
Geschiedenis Tijdvak 4 t/m 10
Middeleeuwen - 18e eeuw
staatsvorming en centralisatie
Parlement/ Staten-Generaal, bestaande uit de drie standen 1, Geeselijkheid 2. Adel 3. burgerij
1464: De eerste bijeen roeping van de staten generaal
1428: Filips van Bourgondie kreeg veel gewesten in handen.
Karel V en Fillips II
Strenge godsdienst dwangregels van de streng katholieke Fillips II
Doordat de Nederlanders meer vrijheden kregen door de landvoogdes, ontstond de beeldenstorm
1568: Fillips II stuurt de hertog van Alfa naar Nederland om de "rust" terug te keren
De Nederlandse Opstand onder leiding van Willem van Oranje
1572: Verovering op Holland, Zeeland en Utrecht
1579: Unie van Utrecht ( alle gewesten nemen 1 sterk leger)
1588: De stichting van de onafhankelijke republiek der verenigde Nederlanden
Nederland werd bestuurd door aparte gewesten en deze hadden hun eigen regels.
Gewesten en geloofsvrijheid bleef en de Nederlanden hielden het gezamelijke leger
Geestelijk stand afgeschaft
Frankrijk wilde absolute macht door Lodewijk XIV
Engeland wilde dit ook alleen zij werden onderdrukt door het parlement.
1813- 1848
1813: Er kwamen in europa weer veel machtehebbers op de troon en er ontstonden politieke stromingen. Zoals het liberalisme.
1830 - 1914: tijd van democratisering in Europa
1813: Oranjes keerden terug naar NL en het werd weer een constitutionele moanrchie.
Belgie en Nederland werd 1 rijk, wat sterk was tegenover Frankrijk, maar de belgen gingen in opstand en dat werd een eigen rijk. Dit gebeurde onderleiding van Koning willen I.
De Staten Generaal vertegenwoordigde nu het hele nederlandse vlok
Sinds 1815 een eerste en tweede kamer
Na 1795 werd rust en orde. Welvaart nog niet hersteld.
1840: nieuwe koning, Willem II
Thorbecke van de liberalen wilde meer vrijheid voor de economie.
De conservatieven waren het niet met Thorbecke eens en wilde dit niet en noemden zich Conservatieven.
1845 - 1848: Door mislukte oogsten veel honger, er was ook een strenge winter. Door onrust kwamen de mensen in opstand in heel Europa en Willem II had hier geen zin in en was daarom bereid om een deel van zijn macht in te leveren.
Grondwet van Thorbecke: 1e kamer- gekozen burgers 2e kamer had voornamelijk de macht.
Koning nogsteeds staatshoofd, maar was onschendbaar
In de grondwet vrijheidsrechten
Thorbecke is zelf meer een voorstander het censuskiesrecht, maar de mannen die volgens hem wel mochten stemmen waren maar 2,5% van de bevolking.
1781 - 1813
De verlichting kwam op
Rationeel optimisme; overtuiging dat de maatrschappij door redelikheid k=verbeterd kan worden.
Er kwam veel kritiek op het ancien regime (de oude orde in samenlevingen, voorafgaand an democratische revoluties)
Eind 18e eeuw. democratische revoluties. de mensen moesten zelf kiezen. Volssoevereiniteit, grondwet en grondrechten
1776: Onafhankelijkheid van Amerika
1789: Franse revolutie
1799: Napoleon maakte een eind aan de democratie, maar veranderden niet alles.
De Nederlandse tijd
1780: oorlog met engeland
1781: Aan hrt volk van Nederland door Joan Derk van der Capellen
1786: de gewapende patriotten verjoegen de regenten en kregen in de maanden daarna ook veel steden in hun macht
De patriotten vluchtten naar Fankrijk nadat de broer van Wilhelmina, de koning van Pruisen een leger op hen afstuurde en daarmee ook de democratiesche revolutie van Nederland beeins=digeden
1795: patriotten keerden terugmet het franse leger en veroverde Nederland terug. Nederland leefden toen onder , vrijheid, gelijkheid en broederschap.
Nederland raakte oder de mavht van Frankrijk na een vergadering
1796: Nederland werd een eenheidsstaat en rechtsstaat en er kwam een algemeen mannen kiesrecht.
1806: Napoleon maakte zijn broer Lodewijk Napoleon tot koning van het koninkrijk der verenigde nederlanden.
1810: Napoleon zette zin broer af en maakte van nederland een franse provincie. enkele jaren later werd nederland bevrijd door engeland en rusland.
Politieke stromingen Nederland (1848 - 1919)
Liberalen
Vanaf 1860 tot 1901 vrijwel altijd een meerderheid in de kamer
Vrijheid van de individu voorop
Moest wel gezorgd worden voor goed onderwij en een goede infrastructuur
Dieptepunt in sociale onrust in 1886 in de jordaanbuurt met 26 doden
Parlementaire enquete naar werkomsandigeheden van de arbeiders.
Verdeling over liberalen. linkse en rechtse
1890 linkse liberalen aan de macht en zorgde voor ongevallenwet
Er kwam een nieuwe partij in 1901 van de linkse liberalen en deze noemden zij de Vrijzinnig-Democatische Bond. Hier kwam er ook verdeeldheid en verloren daardoor de meerderheid
confessionelen (emancipatiebeweging van christenen)
In Nederland kwam er een protestanse (antirevolutionaire: tegen de verlichting, god boven alles) en katholieke confessionele stroming
Leider van antirevolutionairen was Ambraham Kuyper die in 1870 de schoolstrijdbegon tegen de liberalen (strijd over het betalen van bijzonder onderwijs door de overheid)
1870 nieuwe schoolwet waarbij het openbaar onderwijs meer geld kreeg en de bijzondere scholen niks en Kuyper ging toen in optreden en verzamelden 30.000 handtekeningen en stichhte een nieuwe partij in 1879 de ARP ( de Antirevolutionaire Partij)
De kamer veranderde en de mensen van de partij moesten zich goed houden aan de regels. er moest dicipline en orde uitstralen. Toen de mensen met een lager inkomen mochten stemmen werden zij de een na grootste partij van Nederland.
Katholieke beweging
Leider was Herman Schaepman. Hij stond naast de protestanten met de schoolstrijd. Wel vonden veel mensen dat het geloof niet bij de politiek moest en de mensen vluchtte naar het platteland en de mensen vergaten daar het geloof en de paus wilde dit weer terug.
Door het districten stelsel riepen zowel Kuyper als Schaepman hun kiezers op om op elkaars partijen te stemmen in de tweede ronden en daardoor versloegen ze de liberalen en vormen zo het kabinet. Niet alle protestanten waren het er hier mee eens en vormden daarom de nieuwe partij CHU (Christelijk-Historische Unie
socialisten
Ontstond aan het begin van de 19e eeuw en had een massale aanhang in 1870. De mensen wilden samenwerken met andere partijen aan verbeteringen.
Nieuwe partij in 1880: Sociaal Democratische Bond (SDB) onder leiding van Domela nieuwenhuis> hij was socialist en mensen zagen hem als verlosser. Voornamelijk de mensen uit Friesland en Groningen waar honger heerste. Hij maakte hen voor hem door propaganda.
Domela kreeg in 1886 gevangenisstraf door het aanzetten van geweld.
Hij draaide helemaal door en wilde niet meer meedoen aan verkiezingen en geloofden alleen nogmaar in geweld.
SDAP: in 1894 stapte veel mensen over naar de SDAP en zij wilde een revolutie maar op korte termijn goede omstandigheden voor de arbeiders.1897 twee zetels
Meerderheid kwam lastig doordat de christelijke patijen inspeelden op geloof. SDAP bleef groeien en kreeg in 1900 een eigen dagblad.
1911: acties voor algemeen kiesrecht. Er werden 300.000 handtekingen verzameld en tienduizenden mensenverzamelde zich op prinsjesdag.Later gingen ze naar hun grooste overwinning van 7 naar 18 van de 100 zetels.
Voor de partijen
Tot 1879 vrijwel geen politieke partijen
Door Thorbecke een districktenstelsel
Kiesstelsel waarbij het land verdeeld is in distrikten en die hun eigen vertegenwoordigers kiezen
Tot de jaren 1870 ging de strijd tussen de conservatieven en de liberalen.
Algemeen kiesrecht
Rond 1850 welgestelde mannenkiesrecht. Rond 1920 algemeen kiesrecht. En in 1880 ontstond het feminisme.
Heftige discussies over het kiesrecht rond 1870. Alle partije raakte hier over verdeeld, maar ze moesten uitkijken, omdat de mensen anders overliepen naar de socialisten.
in 1887 uitbreiding kiesrecht tot een kwart van de mannen. 1892 eerste voorstel om alle mannen te laten stemmen. 1895 bekwamen mannen mogen stemmen. Later verdienden de mensen meer en maakten school af waardoor twee deerde al mocht stemmen. (1913)
Overeenstemming in 1917 over kiesrecht, Alle mannen hadden kiesrecht en de scholen kregen allemaal elijk betaald en er kwam evenredige vertegenwoordiging.
1894: feministen wilden ook kiesrecht hebben
Parlementaire democratie vanaf 1919
Verzuiling, crisis en bezetting ( 1919 - 1945)
totalitaire ideologIeen: - communisme in Rusland 1917 - fascisme in Italie 1922 - nationaal scholialisme in Duitsland 1933
Liberalen raakte de macht kwjt in de Tweede Kamer en deze ging voornamelijk naar de confesiionelen.
Later kwamen de nedelandse vorm van partijen van Hilter(NSB) en Stalin(CPN) in 1931. Ondanks de crisis wilde de mensen dit extreemlinkse of rechtse juist niet, maar juist terug naar het oude vertrouwede.
Mussert de Nederlandse leider van de NSB, had last van de verzuiling maar ook Colijn. Een sterke leider die nederland door de crisis had getrokken. Mussert werd later wel baas van Nederland, maar had niet veel macht doordat Oostenrijkse rijkscommesaris nederland bezette
Er kwam verzuiling
na oorlogse zekerheid (1945 - 1965)
Tussen 1945-1965 hadden de sociaaldemocraten en christendemocraten vooral de macht en zetten de verzorgingsstaat in.
De koude oorlog was er ook, waarbij Duitsland verdeeld was tussen de kapitalisten en communisten
Na de OOrlog stemden veel arbeiders op de communisteische Partij (CNP) 10,6%, maar deze aanhangers vervielen snel door de Koude oorlog. De arbeiders kregen het beter en zagen in dat Rusland geen prettje was voor de arbeiders en ze kregen daardoor nog maar 2,4%
Nieuwe Partij, PvdA, van de SDAP en de linksliberalen van de Vrijzinnig democratische bond. Na de oorlog weer verzuilde partijen erbij. Deel uit PvdA statpte over naar de nieuwe partij VVD(1948) doordat de mensen samen gingen werken met Amerika.
Meer kritiek op Colijn omdat de mensen meer sociale wetten wilden
Burgers die niet voor zichzelf konden zorgen konden rekenen op hulp van de overheid.
Vanaf 1959 regeerde de confessionelen met de VVD.
In 1963 wet van Klompe, waarin iedereen gegarandeerd was op een inkomen als ze dat via het werken niet konden doen
Ontzuilig en verdere democratiserig (1965 - 2001)
Opkomst van indivudualisme en ontkerkelijking
1965 afname van politieke tegenstellingen
Het aantal prosestbewegingen nam toe en dat begon bij de jonegren die onvreden hadden
Provo had in 1966 een zetel in de kamer, maar hief zich daarna op
vele van deze acties werden alsnog gevoerd door andere groepn doormiddel van buitenparlementairse acties
Oprichting van D'66 in 1966
D66 had veel punten waar veel mensen het mee eens waren en kreeg daarom in 1967 7 van de 150 zetels
De zuilen vervielen en de mensen gingen zweven, de kerkganger daalde drastisch.
de confessioelen verloren sinds 1967 voor het eerst hun meerderheid
in 1972 kregen ze nog maar 48 zetels
Ze vormden in 1977 CDA om sterker te staan. Deze was vanaf 1981 de grootste partij. In 1994 veranderde dit van 54 zetels naar 34 en verdween uit het centrum van de macht
Coalitie van PvdA, D66 en VVD werd paars genoemd doordat VVD blauw was en PvdA rood. PvdA leider Kok werd eerste keer premier en de tweede verkiezingen in 1998 ook.
gevestigde partijen in het nauw (vanaf 2001)
ontstaan van multiculturele samenleving door overlaten komen van arbeidsmigranten, tegerlijk voelde de laag opgeleiden zich in het nauw gedreven en verminderden de verzorningstaat. Nieuwe partijen kwamen in het buitenlaten tegen buitenlanders en kregen veel stemmen
In 2000 was er rust in nederland onder leiding van de VVD en de PvdA. Eind 2001 werd er een collum geschreven door Pim Fortyn, die vel inging tegen de islam en tegen de paarse coalitie. Er moest direcht een minister presidenkt gekozen worden. 9 dagen vor de verkiezingen werd hij vermoord. Sp werd groot en PvdA en VVD werden gehalveerd.
LPF (lijst Pim Fortyn) had 26 zetels gewonnen en viel na 87 dagen door ruzies.
Geert Wilders stapte uit VVD en begon PVV en steed ook vel tegen de islam net als Pim, marijnissen deed dit ook, allen zat bij de SP een linkse partij. Beide voerden ze ook campagne tegen europeese eenwording, terwijl de gevestgde partijen dit juist we wilden en 61,5% stemte tegen,
Bij de verkiezingen n 2006 won de VVD en de SP flink. CDA, PvdA en de kleine chirstenUnie gingen samen regeren. in 2010 verloor CDA drastischen VVD het grootst met 31 zetels en regeerde samen met het CDA en waren afhankelijk van de PVV
2012 liep de samenwerking stuk. Bij de nieuwe verkiezingen zakte SP en PVV en haalde de VDD en de PvdA de meerderheid en het CDA zakte verder weg. Na 10 jaar was alles weer als vanouds