Please enable JavaScript.
Coggle requires JavaScript to display documents.
College 8 Psychose H8 Nolen-Hoeksema, Mensen met schizofrenie horen, zien…
-
- Mensen met schizofrenie horen, zien en voelen dingen die niet echt zijn (hallucinaties) en kunnen vaste overtuigingen hebben, zoals dat iemand anders ze pijn zal doen of dat hun gedachten verwijderd zijn door een bron van buitenaf (wanen).
- Ervaringen en overtuigingen die niet meer in relatie staan tot de realiteit worden psychotisch genoemd. Je kan geen onderscheid meer maken tussen wat werkelijkheid is en wat niet.
- De symptomen van schizofrenie hoeven niet extreem aanwezig te zijn onder de populatie om psychotisch te kunnen zijn.
- De stoornis komt ook in een mildere vorm voor en bij biologische familieleden van schizofrene personen wordt teruggevonden dat er problemen zijn met de aandacht en het functioneren van het geheugen.
- Deze neurologische abnormaliteiten komen overeen met de neurologische abnormaliteiten bij schizofrene personen (alleen dan in een mildere vorm)
- In de DSM-5 wordt er gewerkt met het schizofrenie spectrum: een set van psychotische stoornissen die overeenkomsten met schizofrenie vertonen, maar niet even zwaar/sterk of persistent aanwezig zijn.
Het spectrum loopt van goed kunnen functioneren naar niet goed meer kunnen functioneren en begint met:
- Functioneren - normaal denken, communiceren en het hebben van (normale) sociale interacties.
- Tekortkomingen in aandacht en het werkgeheugen (dit zou tot moeilijkheden in communicatie, gedachten of sociale interactie kunnen leiden).
- Schizotypical personality disorder: deze stoornis bevat gematigde symptomen in overeenstemming met schizofrenie, maar nog steeds met grip op de realiteit. Mensen met deze stoornis praten vaak op een vreemde en excentrieke manier, hebben ongebruikelijke overtuigingen en percepties en hebben moeite in verband te treden met anderen. Hun emotionele expressie komt overeen met schizofrenie.
Stoornissen die geen grip meer hebben op de realiteit:
- Delusional disorder: persistente overtuigingen die te maken hebben met situaties uit het echte leven (bijvoorbeeld bedrogen worden door de partner). Verder zijn er geen andere symptomen van schizofrenie en meestal gaat het functioneren ook nog goed. Meer vrouwen dan mannen hebben deze stoornis. De stoornis komt pas later tot uiting gemiddeld tussen de 40 en 49 jaar.
- Brief psychotic disorder: de symptomen van schizofrenie zijn voor minder dan één maand aanwezig. Hierna verdwijnen de symptomen totaal. Ze kunnen bijvoorbeeld ontstaan door enorme stress (bijvoorbeeld door een auto-ongeluk).
- Schizofreniform disorder: hierbij zijn de symptomen van schizofrenie voor meer dan één maand aanwezig maar minder dan zes maanden. Vervolgens hervatten deze mensen het normale leven. Bevat A, D en E van de DSM-5 criteria. Twee van de volgende zijn ook aanwezig: psychotische symptomen binnen vier weken die een verandering in gewoon gedrag of functioneren aangeven, verwarring of perplexiteit, goed sociaal en werk functioneren, aanwezigheid van afstomping of oppervlakkigheid en met catatonie.
- Schizoaffectieve disorder: zijn gemixte symptomen van schizofrenie en depressieve stoornissen (major depressie of manie). Hierbij zijn de depressieve symptomen grotendeels meer aanwezig gedurende de periode van de ziekte. Er is sprake van minimaal twee weken van hallucinaties of wanen zonder depressieve symptomen.
- Andere psychotische stoornissen zijn substance-induced psychotic disorder en psychotic (of catatonisch) disorder geassocieerd met een andere medische conditie: dit zijn psychoses die afkomstig zijn van middelengebruik of ziektes (ze kunnen kortstondig of langdurig zijn).
- Schizofrenie is één van de meest sterke, zware en raadselachtige psychotische stoornissen.
- De stoornis wordt gekenmerkt door twee fasen die iemand doormaakt - waaronder de fase waarin de stoornis niet actief is. Mensen kunnen dan helder en duidelijk communiceren, hebben contact met de realiteit en functioneren prima in het dagelijks leven.
- Ook bestaat de fase waarin de stoornis actief is. Mensen kunnen dan niet meer 'normaal' functioneren, helder denken en communiceren. Ze zijn de grip op de realiteit kwijt en hebben moeite om voor zichzelf te zorgen.
- Bij schizofrenie is het diagnostische kernsymptoom het hebben van psychoses. Een psychotische stoornis kost de overheid veel geld: aan medicijnen en tehuizen.
- De ontwikkeling van een psychotische stoornis vindt plaats tijdens de late tienerjaren of in de vroege volwassenheid. De stoornis is chronisch aanwezig en de prevalentie in Amerika is 1 tot 2%.
Symptomen, diagnosen en course
- De DSM-5 heeft het over een schizofrenie spectrum, bestaande uit vijf domeinen van symptomen die psychotische stoornissen definieert. Het aantal, sterkte en duur van de symptomen maakt dat er onderscheid gemaakt kan worden tussen de psychotische stoornissen.
Welke vijf domeinen zijn er?
- Vier domeinen hebben betrekking op positieve symptomen. Positieve symptomen zijn hallucinaties, wanen, gedesorganiseerde gedachten, gedesorganiseerd motorisch gedrag zoals catatonie, mutisme, flexibilitas cerea (wasachtige buigzaamheid) en stupor (sterke lichaam). Positieve symptomen worden positief genoemd, omdat deze gedragingen openlijke expressies van ongewone percepties, gedachten en gedragingen vertonen.
- Het vijfde domein bevat negatieve symptomen, beperkte emotionele expressie. De symptomen worden negatief genoemd, omdat ze verlies van persoonlijke kwaliteiten inhouden.
Mensen met schizofrenie vertonen ook beperkingen binnen het cognitief functioneren wat beperkingen veroorzaakt in het normaal functioneren, maar deze cognitieve symptomen zijn geen deel van de diagnostische criteria.
Positieve symptomen
- Zoals hierboven besproken zijn positieve symptomen dus wanen, hallucinaties, gedesorganiseerde gedachten en spraak en gedesorganiseerde catatonische gedragingen.
- Waarbij er onderscheid wordt gemaakt tussen mutisme (niet kunnen uitspreken van de taal), wasachtige buigzaamheid en stupor.
Positief symptoom #1 Wanen (delusions)
- Wanen zijn ideeën die voor de denker zelf waar zijn, maar in de realiteit onwaarschijnlijk en meestal onmogelijk zijn.
- Wanen verschillen van zelfbedrog, omdat ten eerste zelfbedrog wel waar kan zijn en hallucinaties niet. Ten tweede er niet altijd aan zelfbedrog wordt gedacht (en je denkt wel altijd aan je wanen en zoeken evidentie hiervoor) en ten derde zelfbedroggedachten kunnen als incorrect worden gezien door de denker zelf, wanen worden als waar aangenomen.
- Anderen die ze proberen te overtuigen van hun ongelijk zien ze als mensen die ze monddood willen maken en dit maakt het geloof in hun wanen alleen maar groter.
De meest voorkomende wanen onder mensen zijn de persecutory delusions. Mensen met deze wanen hebben het gevoel bekeken te worden of gekweld te worden door mensen die ze kennen (zoals hun professoren) of door mensen die ze niet kennen (zoals agenten of autoriteiten). Dit is niet de enige waansoort, er zijn er nog negen:
- Delusion of reference: de overtuiging hebben dat gebeurtenissen, objecten of andere personen in het dagelijks leven voor jou van invloed zijn. Bijvoorbeeld denken dat de broodmachine jouw bewegingen signaleert.
- Grandiose delusion: de foute overtuiging hebben dat je veel kracht/macht hebt, kennis of talent hebt of denken dat je een beroemd en machtig persoon bent. Bijvoorbeeld denken dat je Martin Luther King bent.
- Delusion of being controlled: gedachten hebben dat je gedachten, gevoelens of gedragingen opgelegd worden of gecontroleerd worden. Bijvoorbeeld een buitenaards wezen heeft jouw lichaam overgenomen.
- Thought broadcasting: denken dat jouw gedachten ergens anders worden uitgezonden zodat ze door anderen gehoord kunnen worden. Bijvroorbeeld dat ze tegen je wil in jouw gedachten via het internet verspreiden.
- Thought insertion: overtuiging hebben dat iemand anders gedachten in je hoofd stopt.
- Thought withdrawal: overtuiging hebben dat je gedachten door iemand anders weggehaald worden uit je hoofd of door een object. Bijvoorbeeld je huisgenoot stal al je gedachten wanneer jij sliep.
- Delusion of guilt or sin: de foute overtuiging hebben dat je een erge misdaad hebt gepleegd of je verantwoordelijk bent voor een verschrikkelijke gebeurtenis. Bijvoorbeeld jij hebt iemand gedood of jij bent verantwoordelijk voor de tsunami.
- Somatic delusion: de foute overtuiging hebben dat je eigen verschijning of delen van je lichaam ziek gemaakt of gewijzigd zijn.
Wanen kunnen lang standhouden, met elkaar samenwerken en ze kunnen voorkomen met andere stoornissen als depressieve stoornissen. Wanen komen overal in de wereld voor, maar in sommige culturen meer dan in andere: Britse mensen hebben meer het gevoel gecontroleerd te worden door de media, terwijl Pakistanen het gevoel hebben gecontroleerd te worden door zwarte magie. Dit komt door de overtuingsystemen die aanwezig zijn in iemands cultuur en omgeving.
Positief symptoom #2 Hallucinaties
- Hallucinaties zijn onrealistische perceptuele ervaringen die frequent, persistent, complex en soms bizar zijn en meestal verstrengeld zijn met wanen.
- Hallucinaties kunnen verschillende gevoelens bevatten. De meest voorkomende hallucinaties zijn: auditieve hallucinaties, zoals het horen van muziek, stemmen enz. Een stem in je hoofd, iemand die je bekritiseert op je gedrag, een groep stemmen die over je praten in de derde persoon of een stem die je instructies en bevelen oplegt.
- De stemmen kunnen in het hoofd zitten van de persoon of van buitenaf komen. Ze zijn meestal negatief, geven kritiek of bedreigen de persoon of vertellen de persoon zichzelf pijn te doen.
- Mensen met schizofrenie praten tegen deze stemmen terug alsof het mensen zijn die bij je in de kamer zitten.
Ook heb je nog:
- Visuele hallucinaties: het zien van dingen die er in de werkelijkheid niet zijn. Deze vorm van hallucinaties worden meestal vergezeld door de auditieve hallucinaties. Meestal komen de hallucinaties overeen met de wanen die iemand ervaart.
- Tastbare hallucinaties (tactiel): dit is de perceptie hebben dat er iets gebeurt buiten je lichaam om. Bijvoorbeeld er kruipen allemaal insecten omhoog over je rug.
- Somatische hallucinaties: de perceptie hebben dat iets gebeurt in je lichaam. Bijvoorbeeld wormen die je ingewanden opeten.
Onthoud dat hallucinaties ook voorkomen bij andere stoornissen zoals bij een depressie en bij een bipolaire stoornis en dat de inhoud van de hallucinaties cultuurspecifiek is.
Positief symptoom #3 Gedesorganiseerde gedachten en spraak
- Bij een formal thought disorder heb je bij een schizofrene stoornis last van gedesorganiseerde gedachtwn. De meest voorkomende vorm hiervan is het snel veranderen van gespreksonderwerpen die geen samenhang vertonen. Dit wordt ook wel loose associations/derailment genoemd.
Naast het switchen van onderwerpen zijn er nog andere vormen van gedesorganiseerde gedachten en spraak:
- Een persoon met schizofrenie kan een vraag beantwoorden met niet relevante informatie of amper relevante informatie.
- Wanneer iemand zo gedesorganiseerd praat dat het totaal niet overeenkomt met de spreker dan spreek je van word salad. Iemand vertelt dan een verhaal waar jij als luisteraar niks van begrijpt.
- Wanneer iemand woorden gebruikt die alleen voor hem een betekenis hebben en voor de rest van de mensen onbegrijpelijk is, spreken we van neologisms.
- Wanneer de persoon associaties maakt tussen woorden vanwege overeenkomende geluiden, dan spreken we van clangs.
Mannen met schizofrenie laten meer tekortkomingen in hun taal zien dan vrouwen met schizofrenie, omdat vrouwen beide hersenhelften gebruiken voor de controle van taal en mannen maar één hersenhelft.
Positief symptoom #4 Gedesorganiseerd of catatonisch gedrag
- Dit is het tonen van onvoorspelbaar of onrustig gedrag. Bijvoorbeeld opeens schreeuwen of vloeken.
- Deze gedragingen kunnen ontstaan als reactie op een hallucinatie of waan.
- Mensen met schizofrenie hebben meestal moeite met hun dagelijkse routine, omdat het veel concentratie kost een taak uit te voeren. Bij deze handelingen laten ze soms sociaal ongepast gedrag zien zoals in het openbaar masturberen.
- Catatonie is gedesorganiseerd gedrag waarbij de persoon niet reageert op de omgeving. Dit kan gaan van niet reageren op instructies (negativisme) tot een ongepast of bizarre pose aannemen of een complete tekortkoming in verbaal/motorisch reageren (mutisme).
- Catatonische opwinding vindt plaats wanneer de persoon doelloos en zonder reden extreme motorische activiteiten laat zien.
Negatieve symptomen
- Negatieve symptomen zijn symptomen die het verlies van de kwaliteit van een persoon inhouden in plaats van gedragingen en gedachten die de persoon openlijk uit.
De kern van negatieve symptomen bij schizofrene mensen houdt in:
- Restricted affect (beperkte invloed): het refereert naar een sterke vermindering in aanwezigheid van emotionele expressie bij schizofrene personen. Mensen met schizofrenie vertonen minder gezichtsuitdrukkingen, kunnen oogcontact mogelijk ontwijken en vertonen veel minder gebaren om emotionele informatie te communiceren dan mensen zonder schizofrenie.
Anhedonie: geen plezier meer kunnen ervaren. Uit onderzoek naar de expressie van schizofrene mensen is gekomen dat mensen met schizofrenie minder gezichtsuitdrukkingen vertonen bij films, maar zelf wel aangaven even veel emoties te ervaren en zelfs meer fysieke arousal ervaren dan mensen zonder schizofrenie. Het kan zijn dat mensen met schizofrenie geen emoties tonen, maar deze wel intens ervaren ondanks dat ze deze niet kunnen uitten.
- Avolition/asociality: het onvermogen om normale doel gerelateerde activiteiten (als werk, school of thuis) te beginnen of vol te houden. De persoon is in zijn handelingen vertraagd en lijkt ongemotiveerd. Hierbij is er weinig aandacht voor hygiëne en verzorging. Individuen met schizofrenie zijn meestal teruggetrokken en sociaal geïsoleerd.
De aanwezigheid van negatieve symptomen leidt tot slechtere uitkomsten voor de personen dan de aanwezigheid van positieve symptomen. Dit is omdat de negatieve symptomen persistent en moeilijk te behandelen lijken.
Cognitieve tekortkomingen
- Bij cognitieve tekortkomingen moet je bij schizofrenie denken aan tekortkomingen in cognitieve basisprocessen als aandacht, geheugen (het vasthouden en manipuleren van informatie) en de snelheid waarmee informatie verwerkt wordt.
- Mensen die schizofreen zijn, hebben veel moeite met het behouden van hun aandacht. Deze cognitieve tekortkomingen zouden een mogelijke oorzaak kunnen zijn voor de wanen en hallucinaties.
- Wanneer er een lage werking van het werkgeheugen aanwezig is, kunnen schizofrene mensen moeilijk aandacht besteden aan relevante informatie en moeilijk niet-relevante informatie onderdrukken. Hierdoor vinden schizofrene mensen het moeilijk om onderscheid te maken tussen hun gedachten die relevant of niet relevant zijn voor de situatie.
- Dit samengenomen kan leiden tot hallucinaties, wanen, gedesorganiseerde gedachten en avolition. Sociale relaties en werk lijden hieronder.
- Wanen en hallucinaties kunnen ontwikkelen wanneer de schizofrene mensen proberen hun gedachten en percepties te begrijpen.
Diagnose
- Schizofrenie wordt herkend als een psychologische stoornis sinds de 18e eeuw. Schizofrenie heette eerst dementia praecox en werd later schizophrenia genoemd door Bleurer.
- Het is afkomstig van het Grieks met Schizein ''to split'' en phren ''mind''.
- Bleurer dacht dat de stoornis de oorzaak was van gescheiden fysieke functies van mentale associaties, gedachten en emoties die normaliter geïntegreerd zijn.
Wil je geclassificeerd worden met schizofrenie volgens de DSM-5 dan dien je meer dan twee symptomen van het volgende rijtje te hebben. Waarbij ten minste één symptoom afkomstig is uit de eerste drie:
- Wanen
- Hallucinaties
- Gedesorganiseerde spraak (incoherent)
- Gedesorganiseerd gedrag of catatonisch gedrag
- Negatieve symptomen
Deze symptomen moeten ten minste een maand consistent en acuut aanwezig zijn (acute fase).
- Ervoor of erna moeten minimaal zes maanden lichte symptomen aanwezig zijn die sociale contacten en het functioneren op werk belemmeren.
- In de zes maanden voor of na de acute fase vertoont de persoon negatieve symptomen met mildere positieve symptomen.
- Wanneer deze symptomen aanwezig zijn voor de acute fase heet dit prodromal symptoms. Wanneer deze symptomen aanwezig zijn na de acute fase heet dit residual symptoms.
- Bij het uiten van deze symptomen vertonen mensen geen interesse meer in anderen, uiten ze ongewone overtuigingen (maar nog geen wanen).
- Ze hebben mogelijk vreemde perceptuele ervaringen. Ze praten nog coherent maar gedesorganiseerd.
Prognose schizofrenie
- Schizofrenie is één van de meest persistente en slopende mentale stoornissen en de meesten met deze stoornis lijden er jaren onder, zelfs met een behandeling.
- Als je een keer bent opgenomen, is de kans groter dat je weer opgenomen wordt en de levensverwachting is tien jaar korter dan die van mensen zonder schizofrenie (worden eerder ziek).
- Tussen de 10 en 15% van deze mensen pleegt zelfmoord. Het komt ook veel voor dat ze na een schizofrene episode hun leven weer oppakken en best goed kunnen functioneren.
Gender- en leeftijdfactoren schizofrenie
Vrouwen lijken een betere prognose te hebben dan mannen. Dit kan mogelijk komen door:
- 61% van de vrouwen tegenover 41% van de mannen hebben periodes van herstel.
- Vrouwen worden minder vaak of korter opgenomen.
- Vrouwen hebben mildere negatieve symptomen en betere sociale aanpassing wanneer ze niet psychotisch zijn.
- Ze zijn vaker getrouwd en hebben kinderen. Ook hebben ze vaker een diploma behaald.
- De ontwikkeling begint eind 20 jaar, begin 30 jaar. Bij mannen is dit al in de late tienerjaren.
- Ze vertonen minder cognitieve tekortkomingen vanwege de snellere ontwikkeling van de hersenen en de aanwezigheid van bepaalde hormonen.
- Functioneren verbetert over de tijd heen gemeten.
Sociaal-culturele factoren schizofrenie
- Schizofrenie komt vaker voor in niet-ontwikkelde steden dan in ontwikkelde steden.
- Mensen die schizofrenie ontwikkelen in India, Nigeria en Colombia zijn veel minder onbekwaam tijdens de eerste fase van hun ziekte dan mensen die schizofrenie ontwikkelen in Europa.
- Dit kan komen doordat de sociale omgeving bestaat uit een bredere en hechtere familie en bij een schizofreen betrokken is (waardoor niet alleen één persoon in zijn geheel verantwoordelijk is voor de schizofreen).
Biologische theorieën schizofrenie I
- Biologen denken dat er misschien sprake kan zijn van genetische overdraagbaarheid van de stoornis. Familie-, tweeling- en adaptiestudies laat zien dat er een genetisch component aanwezig is bij de transmissie van schizofrenie. Verschillende genen zijn verantwoordelijk voor verschillende symptomen van de stoornis.
- Ook kunnen structurele en functionele abnormaliteiten in specifieke gebieden van de hersenen leiden tot een stoornis.
Het wordt ook wel gezien als een neuro-ontwikkelingsstoornis. Wat gevonden is, is een reductie van grijze stof. Vooral in de temporale en frontale lobben. Mensen die een risico bevatten voor het ontwikkelen van schizofrenie - vanwege een familiegeschiedenis maar nog niet ontwikkeld hebben - vertonen abnormaliteiten in de prefrontale cortex (die belangrijk zijn bij het plannen, de emotionele expressie, taal en het uitvoeren van plannen).
Ook de hippocampus en witte stof verschillen bij schizofrenen. De witte stof houdt de connecties in. Vooral bij het werkgeheugen. Ook zijn de ventrikels veel groter.
- Bovendien vertonen mensen met schizofrenie een geschiedenis in geboorteproblemen of prenatale blootstelling aan virussen die effect zouden kunnen hebben op de ontwikkeling van het brein.
Het blijkt dat wanneer je complicaties hebt meegemaakt bij je geboorte, je eerder het gehele spectrum van schizofrenie ontwikkelt dan wanneer je geboorte goed is verlopen.
Een geboortecomplicatie die van grote invloed kan zijn is perinatal hypoxia (tekort aan zuurstof tijdens of voor de geboorte). Het komt veel voor bij schizofrene mensen (ongeveer 30%), maar de meeste die het ervaren ontwikkelen geen schizofrenie.
Bij prenatale blootstelling aan een virus zijn de moeders geïnfecteerd tijdens de zwangerschap. Vooral tijdens het tweede kwartaal kan dat erg gevaarlijk zijn.
- Of ligt de oorzaak in neurotransmitters? Er werd gekeken naar de neurotransmitter dopamine, maar tegenwoordig ook naar GABA, serotonine en glutamaat.
Er werd gedacht dat een overmaat aan dopamine in de prefrontale cortex en het limbisch systeem de oorzaak zou kunnen zijn voor schizofrenie. Er werd gedacht dat de afname van dopamine zou leiden tot de afname van positieve symptomen.
Drugs zouden de kanalen voor dopamine blokkeren en uit neuro-onderzoek kwam dat mensen die schizofreen waren meer dopaminereceptoren zouden hebben. Dit blijkt niet waar te zijn. Dopamine is niet de enige factor die leidt tot schizofrenie, maar dopamine lijkt wel betrokken te zijn bij de ontwikkeling van schizofrenie.
- Te veel dopamine in de mesolimbic pathway (een subcorticaal deel van de hersenen die betrokken is bij het ervaren van hoogtepunten en beloningen) kan leiden tot symptomen van schizofrenie
- Er wordt een lage mate van dopamine gevonden in de frontale lob. Dit kan leiden tot negatieve symptomen: geen motivatie, niet voor jezelf kunnen zorgen in dagelijkse taken en de restriction of affect.
- Serotonine reguleert dopamine in het mesolimbische systeem, waarbij sommige nieuwe medicijnsoorten aan serotonine receptoren binden. Er zijn ook abnormaliteiten gevonden bij de neurotransmitters GABA en glutamaat.
Psychosociale perspectieven schizofrenie
- Sociale factoren kunnen invloed hebben op het ontstaan, verloop en de uitkomst van de stoornis.
- Het blijkt dat mensen met schizofrenie moeite hebben met het behalen van hun diploma en het behouden van hun baan, zakken ze in de sociale klasse naar beneden vergeleken met de klasse waar ze uit komen.
- Meestal zijn schizofrene mensen ook geboren in een grote stad. Een factor hierbij kan overbevolking zijn, wat de kans op een pasgeborene of een zwangere vrouw die een infectie oploopt kan verhogen.
- Stress daarentegen is niet de oorzaak van schizofrenie, maar kan wel als trigger fungeren voor nieuwe episoden. Er werden bijvoorbeeld meer negatieve levensgebeurtenissen meegemaakt een maand voor de volgende episode.
- Vooral immigratie is een enorme stressor. Ook moet de familie niet vergeten worden. Vroeger lag de schuld van een schizofreen kind bij de moeder. De moeder beschermde en verwaarloosde haar kind tegelijkertijd. Ze dachten dat dit als trigger kon worden aangemerkt voor schizofrenie.
Expressed emotion: de familie is dan overbezorgd bij de schizofreen waarbij ze tegenstrijdig gedrag laten zen naar de schizofreen toe (beschermend, uitscheldend). Meeste familieleden denken ook dat iemand met schizofrenie zijn eigen gedrag in bedwang moet kunnen houden.
Cognitieve perspectieven schizofrenie
- Via de cognitieve benadering ontstaan hallucinaties door de overgevoeligheid voor perceptuele input in combinatie met de neiging om aan ervaringen een externe oorzaak toe te schrijven.
- Negatieve symptomen ontstaan doordat er verwacht wordt dat sociale interacties onsympathiek zijn.
- Cognitieve behandelingen helpen cliënten bij het identificeren van en het helpen omgaan met stressvolle gebeurtenissen die geassocieerd worden met het ontwikkelen en versterken van symptomen van schizofrenie. De cliënt wordt aangeleerd hoe hij of zij het beste kan omgaan met waanbeelden, irrealistische overtuigingen en hallucinaties.
Behandeling schizofrenie
- Behandeling bestaat uit medicatie om de psychotische symptomen te verminderen, therapie om schizofrene mensen te leren om te gaan met de consequenties van hun stoornis en sociale support om benodigdheden voor het dagelijks leven mogelijk te maken.
- Voorheen werden mensen met schizofrenie in coma gebracht. Waarbij gedacht werd dat deze mensen genezen zouden zijn als zij wakker werden uit coma. Dit bleek geen effectieve behandeling te zijn.
- Ook werden mensen met schizofrenie geopereerd aan hersendelen, omdat gedacht werd dat schizofrenie veroorzaakt werd door afwijkende hersengebieden. Ook dit bleek geen effect te hebben. De cliënten ervoeren cognitieve en emotionele gebreken naar aanleiding van de operatie.
Medicatie tegen schizofrenie wordt opgedeeld in twee groepen:
- De typische antipsychotica: Chlorpromazine (thorazine) is een drug uit de groep phenothiazines die onrust, hallucinaties en wanen bij schizofrene mensen vermindert. De dopamine activiteit in de hersenen wordt verminderd waardoor deze personen controle hebben over de positieve symptomen. Om deze reden lijkt chlorpromazine effectiever te zijn in de behandeling bij mensen met positieve symptomen ten opzichte van de negatieve symptomen. De drug heeft enkele bijwerkingen: als onzeker voelen, droge mond hebben, seksueel disfunctioneren, gewichtsverlies.
- De atypische antipsychotica: de atypische drugs waaronder risperidone, olanzapine (zyprexa) en ziprasidone (geodone, zeldox) zijn nieuwer en hebben minder bijwerkingen dan de typosche antipsychotica. Ook hebben atypische antipsychotica zowel invloed op de negatieve als positieve symptomen van de stoornis. Enkele bijwerkingen zijn misselijkheid, duizeligheid, het hebben van een ingetogen stemming en het overdreven aanmaken van speeksel en het toenemen van lichaamsgewicht.
Psychologische en sociale behandeling schizofrenie
- Het innemen van medicatie lijkt niet genoeg om een psychose te behandelen. De negatieve omstandigheden in het dagelijks leven zijn nog steeds aanwezig.
- Een therapeut zal helpen bij het verminderen van conflicten en stress in de nabije omgeving wat het risico op een terugval zal verkleinen.
- Ook wordt er gebruik gemaakt van de sociale leertheorie van Bandura en operant conditioneren.
- Therapie gericht op de cognitie identificeert de negatieve en ontmoedigende gedachten en helpt de cliënt deze te veranderen naar positieve gedachten.
- Indien de familie niet genoeg steun kan bieden in de behandeling van schizofrenie kan men de cliënt een training aanbieden die de assertiviteit van de cliënt in de samenleving verhoogt.
- Assertive community treatment programs bieden uitgebreide diensten voor mensen met schizofrenie, vertrouwend op de expertise van medische professionals, sociale werkers en psychologen om zorg te bieden aan patiënten 24 uur per dag.